Conceptueel kader

Het conceptueel kader is gebaseerd op een 'experiëntiële benadering', maar sterk verrijkt door psychodynamische, Piagetiaanse, constructivistische en interactionistische concepten.

Deze benadering biedt een referentiekader om de kwaliteit van opvang en onderwijs in kaart te brengen, en richt daarbij de aandacht op drie types van variabelen, met name aanpak-, proces- en effectvariabelen:

 

Het meest onderscheiden kenmerk van de E.G.O.-benadering is de identificatie van 'welbevinden' en 'betrokkenheid' als hoofdindicatoren van kwaliteit. Dit zijn twee procesvariabelen die weerspiegelen in welke mate de aanpak of context bij het kind/de lerende aan de basisbehoeften tegemoet weet te komen (welbevinden) �n intense, intrinsiek gemotiveerde mentale activiteit weet te genereren (betrokkenheid). Dit laatste wordt als een voorwaarde gezien voor het tot stand brengen van zgn. 'deep-level-learning' : ingrijpende veranderingen op het niveau van de basisschemata die competenties bepalen (vs. oppervlakkig leren). Competenties verwijzen naar zgn. 'life skills' zoals onder meer exploratiedrang, zelfsturing, creativiteit, sociale competentie, fysische kennis, communicatievaardigheid,... .

Samenvattend biedt het concept E.G.O. een omvattend oftewel holistisch conceptueel kader , dat zowel aanpak-, proces- als effectvariabelen definieert. Het bevat naast concrete materialen voor de praktijk op vlak van aanpak, proces en effect dan ook instrumenten en strategie�n voor integrale kwaliteitszorg in elke context waarin het bevorderen van ontwikkeling centraal staat, van kinderopvang tot in-service training op academisch niveau.

Zoeken
Contact

Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs
Schapenstraat 34
3000 Leuven
Tel: +32 16 32 57 40
Fax: +32 16 32 57 91
cego@ped.kuleuven.be

Syndicatie
Inhoud syndiceren