ErvaringsGericht Onderwijs


Het E.G.O wil het beste halen uit kinderen /lerenden. Dit doet het door te focussen op de kwaliteit van het proces van het leren: op het welbevinden en op de betrokkenheid van de lerenden.
Het focussen op welbevinden en betrokkenheid blijkt een waardevolle bril te bieden om beter greep te krijgen op processen van leren en ontwikkelen.

      Het E.G.O. wil op die manier bijdragen tot:

  1. een gezonde emotionele ontwikkeling
  2. fundamenteel leren (deep level learning)
  3. ontwikkeling in de breedte
  4. meer verbondenheid


De kern bij de ervaringsgerichte aanpak is erop gericht om kinderen/lerenden te brengen tot hoge vormen van betrokkenheid en welbevinden. Dit gebeurt vanuit een basishouding van ervaringsgerichtheid: de leerkracht richt zich naar de ervaringen (betrokkenheid en welbevinden) van de lerenden om te zien of de aangeboden context een vruchtbare bodem is voor ontwikkeling en leren. Werkvormen en didactische materialen kunnen helpen om de betrokkenheid te verhogen maar zijn enkel hulpmiddelen


Proces
Om te weten of onderwijs / vormig van goede kwaliteit is, kijkt het E.G.O. niet op de eerste plaats naar de aanpak of naar de leereffecten.
Het E.G.O. kijkt op de eerste plaats naar de kwaliteit van het proces: hoe zijn kinderen / lerenden aan de slag?
Zie je dat lerenden zich oké voelen, dat ze er zin in hebben en dat ze er stralend bijlopen? (welbevinden)
Zie je dat ze intens bezig zijn. dat ze beginnen mee te denken en dat ze zelf stappen zetten om tot oplossingen te komen? (betrokkenheid)
Als je zo welbevinden en betrokkenheid ziet dan weten we dat de lerenden volop in ontwikkeling.
'Welbevinden' en ‘betrokkenheid' belichten iets dat zich afspeelt in kinderen / lerenden terwijl ze zich in onderwijsleersituaties bevinden.


Welbevinden
Kinderen / lerenden die zich in een toestand van welbevinden verkeren, voelen zich op en top.
De hoofdtoon van hun bestaan is genieten.
Ze beleven plezier, hebben deugd aan elkaar en aan de dingen.
Ze stralen vitaliteit uit en tegelijk ontspanning en innerlijke rust.
Ze stellen zich open en ontvankelijk op voor wat op hen afkomt.
Ze zijn spontaan en durven zichzelf te zijn.
Welbevinden is verbonden met zelfvertrouwen, een goed zelfwaardegevoel, weerbaarheid.
Het fundament evenwel is het in voeling zijn met zichzelf, het contact hebben met de eigen ervaringsstroom, ‘volfunctioneren'.
Welbevinden is daarmee de aanwijzing bij uitstek van een gezonde emotionele ontwikkeling.


Betrokkenheid
Betrokkenheid is een toestand waarin kinderen / lerenden zich bevinden wanneer ze op een intense manier met iets bezig zijn.
We merken het aan hun hoge concentratie, een opgeslorpt, tijdvergeten bezig zijn.
Hun handelingen en houding verraden een intense mentale activiteit.
Ze zijn heel aanspreekbaar voor wat de omgeving te bieden heeft en stellen zich open op.
Ze voelen zich van binnenuit gemotiveerd om met de activiteit aan de slag te blijven.
De enorme voldoening die ze daarbij ervaren vloeit voort uit de bevrediging van hun exploratiedrang: het genieten van greep krijgen op de werkelijkheid.
Betrokkenheid komt alleen voor in het smalle gebied tussen ‘al kunnen' en ‘nog niet kunnen'. Kinderen bewegen er zich aan de grens van hun mogelijkheden.
Betrokkenheid is met al die kenmerken samen dé conditie bij uitstek voor het realiseren van ontwikkeling in de diepte of fundamenteel leren.


Waardevolle bril
Het focussen op welbevinden en betrokkenheid blijkt waardevol te zijn voor elke situatie waarin men tot ontwikkeling van mensen wil bijdragen! Of het nu in de thuisomgeving is of daarbuiten. Of het nu om baby's en peuters gaat of om volwassenen die een opleiding volgen.
"Welbevinden" en "betrokkenheid" zijn aanwijzers voor kwaliteit die ook niet aan bepaalde inhouden gebonden zijn.
Men kan ze bijgevolg in een bijna eindeloze variatie van situaties gebruiken.
Deze twee criteria zijn bovendien tijdens de uitvoering zelf van het (pedagogisch-didactisch) handelen in te schatten.
Daardoor kan men snel bijsturen, op korte termijn succesvolle ingrepen doen en ondertussen de eigen deskundigheid vergroten.
Met "welbevinden" en "betrokkenheid" beschikken we over twee krachtige indicatoren die op klasniveau, op schoolniveau en op het niveau van een regio of land heel sprekend aangeven wat de kwaliteit van het onderwijs is.
Heel veel informatie dus in heel weinig samengebald!



Gezonde emotionele ontwikkeling
Het E.G.O. wil kinderen / lerenden ondersteunen bij het verwerken van ‘moeilijke' ervaringen. Het gaat om het beter leren aanvaarden, uitdrukken en plaatsen van gevoelens die een hindernis vormen in hun groeiproces.
We willen kinderen / lerenden helpen

    * om hun ware behoeften beter te doorleven
    * om meer greep te krijgen op hun situatie,
    * om gedragsalternatieven uit te proberen die meer succesvol zijn
    * en om een meer bevredigende relatie met hun omgeving aan te gaan.

De kern ervan vinden we terug in de volgende elementen:

    * uitstraling, waarneembaar in gelaatsexpressie, als aanwijzing voor vitaliteit en het vrij stromen van energie;
    * zelfvertrouwen, vrij zijn van irrationele angsten, zich niet door anderen laten bepalen,
    * zelfrespect, een positief zelfwaardegevoel;
    * veerkracht om pijnlijke ervaringen goed te boven te komen;
    * goed in mekaar zitten, zichzelf goed voelen, in contact zijn met zichzelf;
    * innerlijke rust;
    * authenticiteit, in zijn ‘uniek-zijn' naar buiten komend;
    * zich met de omgeving, de gemeenschap en het levensgeheel verbonden voelen.



Fundamenteel leren
We spreken van fundamenteel leren wanneer mensen niet alleen nieuwe elementen in hun repertorium hebben opgenomen (bijv. een nieuw gedicht hebben geleerd), maar bovendien tot een andere wijze van functioneren zijn gekomen.
Hun greep op de wereld is ruimer geworden (meer aspecten) en fijner (meer gedifferentieerd). Fundamenteel leren verandert de persoon: hij structureert de wereld anders, differentieert meer. Hij heeft een andere kijk en visie. Hij heeft een andere aanpak, een andere reactie op wat er zich afspeelt.
Fundamenteel leren is ontwikkeling. En dat kan alleen door betrokken activiteit tot stand worden gebracht.
Oog hebben voor fundamenteel leren betekent in de eerste plaats beseffen dat de prestaties
in specifieke leertaken niet op zich staan, maar doorheen onderliggende structuren
of schemata met andere prestaties zijn verbonden.
Als kleuters kopvoeters tekenen in plaats van welgeschapen mensfiguren;
als leerlingen er niet in slagen om de kuststeden op een maquette op een juiste afstand van elkaar te plaatsen;
als leerlingen worstelen met de brug over de tien;
als studenten de Piagetiaanse theorie niet kunnen assimileren,
dan zijn dat feiten die ons laten vermoeden dat zij in tientallen andere situaties waarin dezelfde onderliggende vaardigheden en inzichten een rol spelen, zullen falen.
Het E.G.O. is pas tevreden als deze onderliggende basisschemata tot ontwikkeling komen.



Ontwikkeling in de breedte
Het E.G.O. wil ontwikkeling in de breedte ondersteunen. Maar … hoe doe je dat?

Stap 1

Zorg voor een rijke en uitdagende leeromgeving.
Hou in het oog of alle belangrijke ontwikkelingsdomeinen in de leeromgeving vertegenwoordigd zijn.
Stel jezelf explorerend op en ontwikkel een fijne neus voor wat kinderen / lerenden boeit.

Stap 2

Ga zorgvuldig na hoe kinderen / lerenden met die leeromgeving omgaan.
Benut de kansen die je ziet om activiteiten tot ingrijpende ervaringen te laten uitgroeien.
Reik nieuwe materialen en activiteiten aan, afgestemd op de sporen die je ziet verschijnen.
Geef open impulsen, stel denkstimulerende vragen en geef informatie die de werkelijkheid op een krachtige wijze aanwezig stelt.
Ondersteun het initiatief van de kinderen / lerenden en geef ze de nodige ruimte om ondernemend te zijn.

Stap 3

Ga na welke kinderen / lerenden onvoldoende van de leeromgeving ‘profiteren' door geregeld het welbevinden en de betrokkenheid te screenen.
Breng bij die kinderen / lerenden in kaart op welke belangrijke ontwikkelingsgebieden ze niet met betrokkenheid aan de slag gaan.
Doe gerichte interventies voor individuele kinderen / lerenden met als doel de betrokkenheid in alle belangrijke ontwikkelingsgebieden te herstellen:
          een gericht materiaal- en / of activiteitenaanbod,
          gepast doseren van het initiatief,
          het afstemmen van de leerkrachtstijl op de behoeften van dát kind



Verbondenheid
Verbondenheid is het sleutelwoord als we het hebben over ‘ervaringsgerichte waardeopvoeding'.
Anders dan bij specifieke gerichte acties, worden hier de dieperliggende wortels van respectloos gedrag aangepakt. Verbondenheid wordt zo de noemer, het fundament van waaruit waardevol gedrag wordt bepaald.
Het concept ‘verbondenheid' ontstond uit de vaststelling dat - wanneer een dader een slachtoffer of een omgeving kwaad berokkent - er steeds sprake is van het ontbreken of verbreken van een band. Dit geldt ook bij ‘kleinere' vormen van respectloos gedrag (pesten, agressiviteit, brutaliteit ...) of bij maatschappelijke of culturele vormen van respectloos gedrag (racisme, oorlog, uitbuiting van de natuur of van de ‘derde wereld').
Verbondenheid (of ‘re-ligie', in de letterlijke betekenis van ‘opnieuw verbinden') is het fundamentele antwoord op ‘de-linquentie' (letterlijk: te vertalen als het ontbreken van een link of band).
Verbondenheid laat zich inschrijven in 5 omgevingscirkels of dimensies:

  1. de band met zichzelf;
  2. de band met de ander(en);
  3. de band met de voorwerpen / materialen;
  4. de band met de groep, samenleving, cultu(u)r(en);
  5. de band met het levensgeheel, de natuur(lijke) kringloop.

 


Ervaringsgerichtheid
E.G.O. is maar mogelijk naarmate zich een basishouding ontwikkelt: de ervaringsgerichtheid. Gerichtheid op de 'ervaring' is het fundament.
'Ervaring' betekent hier niét de gedurende jaren opgestapelde kennis die we bedoelen als we van iemand zeggen: "Die heeft heel wat ervaring op dat gebied."
Ervaring heeft hier betrekking op wat zich in iemand afspeelt op het ogenblik dat hij met iets of iemand in contact is, wanneer hij zich in een bepaalde situatie bevindt. Dit geheel van lichamelijk gevoelde betekenissen is wat we hier met 'ervaring' bedoelen.
We spreken van een stroom van ervaringen omdat er voortdurend verschuivingen optreden. De gedachten, emoties, wensen, enz. zijn steeds in beweging.
Ervaringsgerichtheid is de houding waarbij men via ervaringsreconstructie in contact wil komen met de ervaringsstroom van van kinderen / lerenden én met de eigen ervaringsstroom.


Ervaringsreconstructie
De ervaringsgerichte aanpak staat of valt met het vermogen om via iemands uitdrukking,
woorden en gebaren zijn ervaring als het ware te reconstrueren.
Ervaringsreconstructie betekent heropbouwen, weder-samenstellen.
Men vormt zich een beeld van wat zich innerlijk in de andere afspeelt, wat hij/zij vanbinnen doormaakt.
Men probeert door te dringen tot de diepere betekenis van zijn/haar gedrag.
Men stelt zich vragen als:

  • wat wil de andere zeggen, uitdrukken;
  • wat is zijn/haar beleving van de situatie;
  • wat is zijn/haar perceptie van de omgeving,
  • welke betekenissen kent hij/zij eraan toe;
  • wat betekent het gedrag voor het kind zelf;
  • waarom gedraagt hij/zij zich zo;
  • wat zijn de motieven voor zijn/haar gedrag?

Als je die beleving van de andere in je 'draagt', kun je op zoek gaan naar interventies die
de ervaringswijze van deze persoon het sterkst kunnen raken.

Zoeken
Contact

Centrum voor ErvaringsGericht Onderwijs
Schapenstraat 34
3000 Leuven
Tel: +32 16 32 57 40
Fax: +32 16 32 57 91
cego@ped.kuleuven.be

Syndicatie
Inhoud syndiceren